Een citaat uit het werk van Meister Eckhart, ergens rond 1300 in Duitsland geschreven. Het werk van deze Dominicaner monnik doet me vaak aan dat van de Boeddha denken. Die sprak 1800 jaar voor Eckhart ook over de leegte. Zijn stelling is: lijden lost op, wanneer de geest zich de leegte realiseert.

Wat bedoelde de Boeddha met ‘leegte’?
Ik denk dat hij zag, dat de werkelijkheid leeg is van onze concepten, systemen, ideeën, beschouwingen e.d.. Weliswaar zijn de concepten etc,  als de scheppingen van onze geest, in de wereld, maar de wereld is niet in de concepten te vinden. De scheiding en ‘verdinging’ die we met onze tweedelingen in de oneindige stroom der dingen aanbrengen is de bron van alle lijden. Ook het opdelen van de werkelijkheid in God en ‘de rest’ is daarvan een voorbeeld.

cropped-Caspar-David-Friedrich-monk-by-the-sea.jpg

De Boeddha spreekt –net als Eckhart – over het pad van ontlediging, het systematisch werken aan de realisering van de leegte, of –andersom gezegd- aan de onttakeling van wat boeddhisten ‘ego’ zijn gaan noemen, het ego van ‘zelf’ en het ego van ‘ander’.
‘Ontlediging’ gaat dan over het loslaten van de subject/object illusie, van de gedachte dat we vanuit gescheidenheid iets definitiefs, iets finaals of iets essentieels over onszelf of de wereld zouden kunnen zeggen, alsof dat wat spreekt er zelf buiten staat: ‘alle praat over boven komt van beneden’, om een hedendaags theoloog (Kuitert) te parafraseren.

Dat pad van ontlediging kun je prachtig typeren met ‘tot god bidden om van hem leeg te worden’. Dat probeer ik via het boeddhisme te lopen. Het is geweldig om te zien, dat ook in andere levensbeschouwingen mensen dat pad voor mij volledig herkenbaar gaan. Dat geeft weer zo’n mooie ervaring van verbinding…